Interactief taalonderwijs: een krachtige basis

Interactief taalonderwijs is gebaseerd op drie pijlers: het is betekenisvol, sociaal en strategisch -  en interactie is de spil. Het leren van taal wordt opgevat als een sociaal leerproces. Leren vindt plaats in contexten die voor kinderen belangrijk zijn en kinderen verwerven strategieën die hen leren hoe ze bepaalde taalproblemen op een efficiënte manier kunnen oplossen. Het uitgangspunt is dat kinderen taal het beste leren in een krachtige leeromgeving waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen tussen kinderen en hun individuele behoeften. Bij interactief taalonderwijs staan betrokkenheid en betekenisvolle activiteiten centraal.

Interactief taalonderwijs is eind jaren negentig geïntroduceerd en uitgewerkt door de onderzoekers en ontwikkelaars van het Expertisecentrum Nederlands, in nauwe samenwerking met het onderwijsveld, pabo’s en onderwijsbegeleiders.  

Sociaal leren

In interactief taalonderwijs is leren een sociaal proces. De kinderen leren van en met elkaar, door bijvoorbeeld samen te lezen en schrijven, en te reageren op elkaars werk. Wanneer kinderen met elkaar samenwerken, leren zij altijd meer dan alleen. Kinderen kunnen elkaar helpen, elkaar aanvullen of elkaar op ideeën brengen. Door veel samen te werken, leren de kinderen hun eigen kennis en werkwijze onder de loep te nemen. Wanneer je als leerkracht de kinderen op een goede manier wilt laten samenwerken, waarin iedereen zijn of haar steentje bijdraagt, dan zijn de vijf punten van coöperatief werken (méér dan ‘gewoon’ samenwerken) van belang:

1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
De kinderen hebben elkaar nodig om de opdracht goed te kunnen uitvoeren. Ze moeten naar elkaar luisteren en samen tot een oplossing komen.

2. Individuele verantwoordelijkheid
Ieder kind uit het groepje is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen inzet en bijdrage aan de groepsopdracht.

3. Directe en betekenisvolle interactie
Kinderen praten, luisteren en overleggen voortdurend met elkaar om samen tot een oplossing en/of een prestatie te komen.

4. Samenwerkingsvaardigheden
Het is belangrijk dat de kinderen leren en ervaren hoe ze op elkaar moeten reageren, hoe je op de beste manier kunt samenwerken voor de specifieke opdracht die op tafel ligt.

5. Evaluatie
Het is belangrijk dat de kinderen in hun groepje regelmatig terugkijken op het proces van hun samenwerking. Op deze manier worden de kinderen zich bewust van wat er goed ging in het proces en wat de volgende keer eventueel anders kan.

Betekenisvol leren

Bij interactief taalonderwijs gebruik je als leerkracht contexten die voor kinderen belangrijk zijn, waardoor je de kinderen stimuleert in hun activiteit. Betekenisvol leren maakt van leren een actief proces, waarin kinderen hun eigen kennis construeren.

Het is de taak van de leerkracht om een betekenisvolle context te creëren. Dit kun je doen door gebruik te maken van een ankeractiviteit. Een anker kan van alles zijn: een verhaal, film, nieuwsbericht, voorwerp, etc. Aan de hand van je ingebrachte anker gaan de kinderen verschillende vervolgactiviteiten ondernemen, waarin zij praten, ontdekken en leren. Een anker moet de kinderen uiteraard  boeien en hen uitdagen om vragen te stellen. Om die antwoorden te vinden, stimuleer je de kinderen om gebruik te maken van verschillende materialen en informatiebronnen.

Betekenisvolle lessen worden in principe nooit ‘los’ gegeven. Er wordt gewerkt vanuit aansprekende thema’s, bij voorkeur door het team in onderling overleg en planning geselecteerd en inhoudelijk ontworpen. Werken vanuit een taalmethode of geïntegreerde methode van een educatieve uitgever kan uiteraard ook interactief gebeuren. Alle oefeningen en opdrachten passen binnen de context van het centrale thema. Er wordt zo vaak mogelijk geprobeerd om de geleerde vaardigheid of kennis toe te passen in een echte situatie.

Strategisch leren

Bij interactief taalonderwijs maken de kinderen zich strategieën eigen. De kinderen leren hoe je bepaalde taalproblemen kunt oplossen. De leerkracht stimuleert de kinderen hierin door de kinderen hardop te laten nadenken en daar feedback op te geven. Op deze manier komen de kinderen er achter wat ze al slim aanpakken, en welke doelgerichte stappen ze kunnen zetten met behulp van goedgekozen strategieën.
Het verwerven van cognitieve strategieën (bijvoorbeeld: het vinden van de hoofgedachte in de tekst), metacognitieve strategieën (plannen en bewaken van het eigen leesgedrag) en de reflectie daarop, verloopt voor een deel vanzelf. Voor een ander deel is duidelijke instructie nodig van de leerkracht. Vooral kinderen die moeite hebben met leren hebben hulp en aanwijzingen van de leerkracht nodig.

Tenslotte wordt er geprobeerd om de kinderen strategieën mee te geven, zodat ze het geleerde in latere situaties ook kunnen toepassen. Strategieën leer je voor alle domeinen: Hoe pak ik een bepaalde spreektaak aan? Hoe kom ik achter de betekenis van een woord? Hoe schrijf ik een brief?

Interactief taalonderwijs is, in zal zijn aspecten en mogelijkheden, concreet en praktisch uitgewerkt in de diverse uitgaven van het Expertisecentrum Nederlands, zowel op papier als digitaal.