Geplaatst op: 07/12/2022

PIRLS: wat is het en waarom is het belangrijk?

Lezen & Schrijven

Op 16 mei 2023 worden de (inter)nationale resultaten van de vijfde ronde van de Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS) bekend gemaakt. Het onderzoek biedt belangrijke, zeker in deze tijden, inzichten in de leesvaardigheid van leerlingen in groep 6 en heeft daarmee implicaties voor het begrijpend leesonderwijs op basisscholen. De afname van het onderzoek heeft al in het voorjaar van 2021 plaatsgevonden, maar vanwege de coronapandemie, en de uitgestelde afname in een deel van de landen, kan de oorspronkelijk geplande releasedatum van 13 december 2022 voor zowel het internationale als meer verdiepende nationale rapport niet gehaald worden. In een officieel statement verklaart de IEA, initiatiefnemer van PIRLS, dat ondanks grote inspanningen een gedegen analyse van de resultaten meer tijd vraagt. Uitstel van het internationale rapport betekent ook automatisch uitstel van het nationale rapport. Op deze website plaatsen we komende periode, in aanloop naar de release, extra informatie over PIRLS en de afname van PIRLS-2021. In dit eerste artikel starten we met algemene informatie over PIRLS. Want wat is PIRLS? Waarom wordt PIRLS uitgevoerd? En hoe wordt PIRLS uitgevoerd? Antwoord op deze vragen is te vinden in dit eerste artikel.

Wat is PIRLS?

PIRLS is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar de begrijpend leesvaardigheden van leerlingen in groep 6 van het regulier basisonderwijs. Al sinds 2001 wordt PIRLS iedere vijf jaar uitgevoerd, wat betekent dat PIRLS-2021 inmiddels de vijfde cyclus is. Nederland doet al sinds het begin van PIRLS mee en heeft aan alle cycli deelgenomen.

PIRLS is een initiatief van de International Association for the Evaluation of Education Achievement (IEA) en wordt internationaal gecoördineerd door het International Study Center (ISC) van Boston College. Het Nederlandse aandeel in PIRLS-2021 is uitgevoerd door een consortium van het Expertisecentrum Nederlands en de Radboud Universiteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Wat is het doel van PIRLS?

Met de resultaten van PIRLS krijgen we zicht op verschillende zaken die te maken hebben met de begrijpend leesvaardigheid (hierna: leesvaardigheid) van tienjarige leerlingen. Ten eerste laten de resultaten zien hoe het ervoor staat met de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen in groep 6. De resultaten van de huidige meting kunnen ook afgezet worden tegen de resultaten van eerdere metingen, om zo de trend in leesvaardigheid voor zowel Nederlandse leerlingen als leerlingen in andere landen in kaart te brengen. Verbetert de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen door de tijd heen, blijft deze gelijk, of daalt deze? En hoe zit dit in andere landen? Hoe doen we het op dit moment in internationaal perspectief? Is de Nederlandse trend vergelijkbaar met de internationale trend? Allemaal vragen waar we in mei 2023 antwoord op hopen te geven.

Naast het verzamelen van informatie over de leesvaardigheid, wordt in PIRLS ook informatie verzameld over factoren die mogelijk samenhangen met de leesvaardigheid (zoals bijvoorbeeld motivatie en leesgedrag) en over verschillende contexten waarbinnen de leerlingen lezen (op school en thuis). Dit wordt gedaan door middel van het afnemen van vragenlijsten bij leerlingen, leerkrachten, schoolleiders en ouders.

PIRLS wordt afgenomen bij leerlingen in groep 6, omdat groep 6 een belangrijk overgangspunt in het leesonderwijs markeert. Groep 6 is het punt in de onderwijsloopbaan waar de technisch leesvaardigheden (het kunnen decoderen van woorden) over het algemeen voldoende geautomatiseerd zijn en leerlingen geschreven teksten steeds vaker gaan gebruiken om nieuwe kennis op te doen. Van ‘leren om te lezen’ gaan leerlingen vanaf groep 6 dus steeds meer naar ‘lezen om te leren’. Leerlingen worden vaker aan hun lot over gelaten met het idee dat ze voldoende technisch kunnen lezen om de steeds complexere teksten te kunnen begrijpen. Deze veranderingen lijken te zorgen voor een daling in motivatie en vaardigheidsontwikkeling blijft vanaf groep 6 voor een groep leerlingen achter. Dit wordt ook wel aangeduid met de “fourth grade slump”.

De verschillende inzichten over de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen en factoren die ermee samenhangen kunnen gebruikt worden door onderwijsprofessionals en beleidsmakers voor het verbeteren van het leesonderwijs in Nederland. Na het verschijnen van de PISA-2018 resultaten (dalende leesvaardigheid bij 15-jarigen) eind 2019, zijn verschillende initiatieven gestart om deze dalende trend te keren. Niet alleen is er meer verdiepend naar de resultaten gekeken, maar er zijn op verschillende plekken in het land ook leesoffensieven opgezet en er is gestart met het project Na PISA de Lente. De PIRLS-2021 resultaten zullen wellicht, samen met andere resultaten over de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen, ook aanleiding zijn voor dit soort initiatieven.

Wat wordt met PIRLS gemeten?

Met PIRLS wordt getoetst in welke mate leerlingen teksten kunnen begrijpen. Hierbij worden er twee leesdoelen onderscheiden:

  • Het lezen voor ontspanning en om ervaring op te doen;
  • Het lezen om informatie te verzamelen en te gebruiken.

De soort teksten die in PIRLS voor het eerste leesdoel gebruikt worden, zijn verhalend fictief van aard. Het is zo dat er ook andere tekstsoorten gebruikt kunnen worden voor het meten van dit leesdoel, maar die lenen zich niet allemaal even goed voor gebruik in een internationale context. Gedichten kunnen bijvoorbeeld gelezen worden voor ontspanning, maar deze zijn lastig te vertalen. Daarom kiest PIRLS ervoor om deze tekstsoorten niet te gebruiken. Voor het tweede leesdoel, informatie verzamen en gebruiken, worden objectieve, informatieve teksten ingezet. In de PIRLS-leestoets komen beide soorten teksten evenveel aan bod.

Voor beide leesdoelen worden in PIRLS vier typen vragen gesteld die samengevoegd kunnen worden tot twee begripsprocessen:

  • Informatie opzoeken en conclusies trekken;
  • Informatie integreren en evalueren.

Bij informatie opzoeken en conclusies trekken gaat het om vaardigheden als het opzoeken van specifieke informatie die genoemd wordt in een tekst (bijvoorbeeld een jaartal), het identificeren van de setting van een verhaal (bijvoorbeeld tijd en plaats), infereren dat de ene gebeurtenis heeft geleid tot een volgende gebeurtenis en het beschrijven van de relatie tussen twee karakters. Bij informatie integreren en evalueren gaat om vaardigheden als het vergelijken van elkaar tegenspreken informatie, het bepalen van het overkoepelende thema van een tekst, het evalueren hoe waarschijnlijk het is dat een gebeurtenis beschreven in de tekst in de echte wereld gebeurt en het beschrijven van het effect van een grafische weergave (bijvoorbeeld illustratie) in de tekst.

Hoe heeft Nederland het bij PIRLS-2016 gedaan?

De resultaten van het onderzoek in 2021 laten nog even op zich wachten, maar wat hebben we gezien in 2016? De gemiddelde leesvaardigheidsscore van Nederlandse leerlingen was 545. Deze score is sinds 2006 ongeveer gelijk gebleven. Nederland daalt echter sinds 2001 wel op de internationale ranglijst: bij PIRLS-2006 scoorden vier landen significant hoger en bij PIRLS-2016 waren dit dertien landen. Er kunnen twee redenen aangewezen worden voor de daling op de ranglijst. Allereerst deden er in 2016 (ten opzichte van 2006) twee landen mee die in 2006 nog niet meededen en die hoger scoorden dan Nederland. Zij hadden eerder nog niet deelgenomen aan PIRLS en hun eerste meting was meteen beter. Daarnaast zijn er een aantal landen die hun score verbeterden en haalden daardoor Nederland in. Het gaat hierbij om 10 landen. Zweden presteerde in 2006 ook al beter dan Nederland.

Naast het berekenen van een leesvaardigheidsscore, wordt bij PIRLS ook gekeken naar het behalen van vier internationaal vastgestelde vaardigheidsniveaus: laag, midden, hoog en geavanceerd. In 2016 behaalde 99% van de Nederlandse leerlingen het lage vaardigheidsniveau, 88% het midden niveau, 48% het hoge niveau en 8% het geavanceerde niveau. Dit laat zien dat bijna alle Nederlandse leerlingen in groep 6 het laagste leesniveau behalen, maar dat er maar weinig leerlingen zijn die het geavanceerde niveau behalen. In vergelijking met het internationaal gemiddelde behalen relatief weinig leerlingen het geavanceerde niveau. Een ranking op alleen dit niveau zou Nederland op de 28ste plek zetten.

De spreiding van de leesscores is in Nederland het kleinst van alle deelnemende landen: de leesscores van de 5% zwakste en 5% sterkste lezers liggen in Nederland het dichtst bij elkaar. Dit betekent dat wij de kleinste kloof hebben tussen onze beste lezers en onze zwakste lezers.

Conclusie

We moeten nog even wachten op de resultaten van PIRLS-2021, maar met deze resultaten krijgen we zicht op de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen in groep 6 volgend op een ingrijpende periode voor het onderwijs door twee scholensluitingen ten gevolge van de coronapandemie. Daarnaast kunnen we door onze resultaten te vergelijken met die van andere landen kijken hoe Nederland het in internationaal perspectief doet. Alle landen hebben negatieve gevolgen ervaren van de coronapandemie en zo kunnen we afleiden of de ontwikkeling in Nederland afwijkt van die in landen waar een soortgelijke impact van de coronapandemie een rol heeft gespeeld. In het volgende bericht gaan we iets dieper in op de manier waarop de data wordt verzameld en hoe de coronapandemie effect heeft gehad op de dataverzameling in Nederland en andere landen.