Peilingsonderzoek Schrijfvaardigheid in het bo en s(b)o

In het schooljaar 2027-2028 wordt een peilingsonderzoek uitgevoerd naar de schrijfvaardigheid van leerlingen in het primair onderwijs (basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs). We onderzoeken hoe het gesteld is met de schrijfvaardigheden en kennis over schrijven van leerlingen uit groep 8 van het regulier basisonderwijs en van schoolverlaters van het speciaal (basis)onderwijs. Daarnaast wordt ook het onderwijsleerproces in kaart gebracht.

Schrijven als kerntaak

Om zelfstandig deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven is goed kunnen schrijven een vereiste. Bovendien is het ontwikkelen van schrijfvaardigheid van groot belang voor de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, en kunnen schrijven en schrijfonderwijs ten goede komen aan de leesvaardigheid van leerlingen. Teksten leren schrijven is hiermee één van de kerntaken van het (basis)onderwijs.

Peil.Onderwijs: Schrijfvaardigheid

De Inspectie van het Onderwijs zet onder de naam Peil.Onderwijs peilingsonderzoeken uit. Met de peilingsonderzoeken worden periodiek gegevens verzameld over het onderwijsaanbod en de onderwijsresultaten in het gehele funderend onderwijs. De resultaten van het aankomende peilingsonderzoek naar schrijfvaardigheid geven op een betrouwbare manier inzicht in wat leerlingen kennen en kunnen aan het einde van het basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs met betrekking tot het schrijven van teksten. De laatste keer dat dit peilingsonderzoek heeft plaatsgevonden, was in het schooljaar 2018-2019. Met het huidige onderzoek wordt voor het eerst in 10 jaar weer op grootschalig niveau inzicht verkregen in het schrijfniveau van leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs. Leerlingen uit het speciaal onderwijs hebben nog niet eerder deelgenomen aan een peilingsonderzoek naar schrijfvaardigheid. Daarnaast geven de resultaten ook inzicht in de relatie tussen de schrijfvaardigheid van leerlingen aan het einde van het primair onderwijs en kenmerken van leerlingen, leerkrachten, scholen en het onderwijsleerproces.

Schrijftoets en vragenlijsten

Met behulp van schrijfvaardigheidstoetsen wordt onderzocht in welke mate leerlingen voldoen aan de referentieniveaus 1F en 2F. Bij het ontwikkelen van de toets wordt uitgegaan van verschillende taalfuncties die het schrijven kan hebben (communicatieve functie, expressieve functie en conceptualiserende functie). Hierbij wordt aan leerlingen gevraagd om teksten met verschillende tekstdoelen te schrijven. Voor de ontwikkeling van de schrijfvaardigheidstoetsen wordt gebruik gemaakt van eerder gebruikte schrijftaken zodat resultaten van het huidige peilingsonderzoek vergeleken kunnen worden met de resultaten van eerder onderzoek. Daarnaast worden er nieuwe taken ontwikkeld. Bij leerlingen, leerkrachten en schoolleiders worden ook vragenlijsten afgenomen om het onderwijsleerproces in kaart te brengen. De resultaten van de schrijfvaardigheidstoetsen en de vragenlijsten worden vervolgens aan elkaar gekoppeld zodat de schrijfprestaties van leerlingen gekoppeld kunnen worden aan kenmerken van hun onderwijsleerproces.

Verdiepend onderzoek

Naast het reguliere peilingsonderzoek, vindt er ook een verdiepend onderzoek plaats. Doel van het verdiepend onderzoek is om in meer detail inzicht te krijgen in het schrijfonderwijs op scholen, met specifieke aandacht voor de manier waarop scholen het schrijfonderwijs integreren met andere taaldomeinen en andere vakken.

Planning

Het schooljaar 2026-2027 wordt gebruikt om het onderzoek voor te bereiden. Zo worden er nieuwe schrijftaken ontwikkeld en worden de vragenlijsten samengesteld. Het instrumentarium wordt in het voorjaar voorgelegd aan een kleine groep scholen. Op deze manier kunnen de toetsen en vragenlijsten op betrouwbaarheid onderzocht worden en kunnen alle afnameprocedures getest worden. Op basis van de resultaten en de ervaringen worden de toets en vragenlijst aangepast en worden de afnameprocedures geoptimaliseerd. In het schooljaar 2027-2028 vindt de hoofdmeting plaats. Het streven is om de schrijftoets aan bijna 5000 leerlingen van in totaal ongeveer 200 scholen in het bo, sbo en so voor te leggen. Na oplevering van het eindrapport eind 2028, gaat de Inspectie van het Onderwijs aan de slag met het publieksrapport. In 2029 brengen zij de resultaten naar buiten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van het Expertisecentrum Nederlands in samenwerking met KBA NijmegenCito en Universiteit Utrecht in opdracht van de Inspectie van het Onderwijs en is uitgezet door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).

Resultaten 2018

De laatste afname van het peilingsonderzoek was in schooljaar 2018-2019 bij leerlingen uit groep 8 van het regulier basisonderwijs en schoolverlaters van het speciaal basisonderwijs. Leerlingen uit het speciaal onderwijs hebben toen niet deelgenomen. Resultaten lieten zien dat in het regulier basisonderwijs 73% van de leerlingen niveau 1F behaalde en 28% niveau 2F; in het speciaal basisonderwijs behaalde 33% van de leerlingen niveau 1F en 9% niveau 2F. De prestaties in het bo en sbo zijn stabiel sinds 2009. Deze resultaten laten zien dat elk jaar tienduizenden leerlingen de basisschool in het basisonderwijs verlaten zonder een stevig fundament voor schrijven. Voor een compleet overzicht van alle resultaten, verwijzen we naar het publieksrapport van de Inspectie van het Onderwijs.

Veelgestelde vragen Peil.Schrijfvaardigheid

Waarom is het belangrijk om mee te doen aan het onderzoek?

Met dit onderzoek brengen we in kaart wat leerlingen in groep 8 van het regulier basisonderwijs en schoolverlaters in het speciaal (basis)onderwijs met uitstroomprofiel vervolgonderwijs kennen en kunnen als het gaat om het schrijven van teksten. Daarnaast brengen we ook het onderwijs in schrijven op de deelnemende scholen in kaart. Om ervoor te zorgen dat de resultaten representatief zijn voor alle leerlingen in Nederland, is het belangrijk dat scholen die in de steekproef zitten ook daadwerkelijk deelnemen aan het onderzoek. Alleen dan kunnen we betrouwbare uitspraken doen.

Hoe worden scholen en leerlingen geselecteerd voor deelname?

Gezamenlijk vormen de geselecteerde scholen een representatieve afspiegeling van alle scholen in Nederland. Deze steekproef is volstrekt willekeurig en niet door ons getrokken, wij als onderzoekers hebben hier dan ook geen invloed op en kunnen de steekproef niet aanpassen. Alle in aanmerking komende leerlingen doen mee aan het onderzoek, tenzij anders wordt besloten in overleg met de onderzoekers.

De klas heeft twee leerkrachten. Moeten ze beiden de vragenlijst invullen?

De leerkracht van de deelnemende klas wordt gevraagd een vragenlijst in te vullen. Wanneer er sprake is van meerdere leerkrachten voor één klas vult de leerkracht die de leerlingen het beste kent de vragenlijst in.

De leerlingen zitten in een combinatieklas (bijv. groep 7/8 of groep 6/7/8). Hoe werkt dat?

Het onderzoek wordt enkel uitgevoerd onder groep 8 leerlingen en schoolverlaters. Dat betekent dat de groep op de dag van de afname zal worden opgesplitst. Onze onderzoeksassistent overlegt met u hoe dat op uw school geregeld kan worden. Indien u meerdere combinatiegroepen heeft, zouden de groep 8 leerlingen of schoolverlaters uit de verschillende groepen bijvoorbeeld bij elkaar geplaatst kunnen worden.

Sommige leerlingen hebben ouders die geen Nederlands spreken. Hoe kunnen wij hen informeren?

De informatiebrief voor ouders is geschreven op B1-niveau. Daarnaast is de brief vertaald naar verschillende talen. Naast het Nederlands is de informatiebrief voor ouders beschikbaar in het Engels, Frans, Turks, Arabisch, Pools en Spaans.

Moeten ouders toestemming geven?

Nee, er wordt gewerkt met 'passieve toestemming'. De gegevens die verzameld worden zijn gepseudonimiseerd (niet direct herleidbaar tot een naam) en worden uitsluitend gebruikt voor onderwijsonderzoek op basis van een gerechtvaardigd belang (AVG). Een leerling doet mee tenzij er actief bezwaar wordt gemaakt door de ouders. Wij vragen de school om de door ons opgestelde ouderbrief te verspreiden onder de ouders. In deze brief staat beschreven hoe ouders bezwaar kunnen maken. Wanneer ouders dit doen, zal het kind niet meedoen tijdens de onderzoeksafname.

Wat gebeurt er als een leerling niet mee wil of kan doen?

De deelname van leerlingen is vrijwillig. Leerlingen kunnen een vraag overslaan als ze die niet willen beantwoorden. Leerlingen die door de ouders of school afgemeld worden voor deelname aan het onderzoek krijgen van de leerkracht een andere opdracht om tijdens de onderzoeksafname te maken.

Wij hebben een brief ontvangen, maar de situatie van de school is veranderd (de school is verhuisd/ gefuseerd/ opgesplitst in twee scholen/ geen bovenbouw meer etc.). Wat moet ik nu doen?

In veel gevallen is het brinnummer van de school leidend. Zodra u gebeld wordt, bekijkt u samen met een onderzoeksassistent wat er precies veranderd is en wat eventuele consequenties hiervan zijn.