Peil.Leesvaardigheid tweede leerjaar vo 2028
In het voorjaar van 2028 wordt een peilingsonderzoek uitgevoerd naar de leesvaardigheid van leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo). We onderzoeken hoe het gesteld is met de vaardigheden en houding op het gebied van leesvaardigheid van leerlingen uit het tweede leerjaar. Daarnaast wordt ook het leesonderwijs op Nederlandse middelbare scholen in kaart gebracht en worden verbanden tussen de leesprestaties en kenmerken van leerlingen, docenten Nederlands en het leesonderwijs onderzocht.
Opzet
Om de leesvaardigheid van leerlingen in kaart te brengen, wordt een leestoets ontwikkeld die aansluit op het referentiekader taal (en rekenen). De leestoets wordt afgenomen bij ongeveer 3.000 leerlingen uit het tweede leerjaar van het praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Ook vullen de leerlingen, hun docenten Nederlands en de schoolleiders van hun scholen een vragenlijst in. De gegevens uit de vragenlijsten bieden inzicht in achtergrondkenmerken van de leerling, hun houding en gedrag op het gebied van leesvaardigheid en het leesonderwijs dat ze krijgen.
Opbrengsten
De landelijke resultaten worden eind 2028 uitgewerkt in een technisch rapport dat wordt aangeboden aan de Inspectie van het Onderwijs. De publieksrapportage die volgt in 2029 geeft beleidsmedewerkers en onderwijsinstellingen op een betrouwbare manier inzicht in de leesprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs en het leesonderwijs dat op de middelbare scholen aangeboden wordt. Daarbij wordt ook een vergelijking gemaakt met het voorgaande peilingsonderzoek leesvaardigheid in vo.
Organisatie
De Inspectie van het Onderwijs zet ieder schooljaar onder de naam Peil.Onderwijs peilingsonderzoeken uit. Deze onderzoeken helpen bij het identificeren van sterke punten en verbeterpunten in het curriculum en de onderwijspraktijk en vormen daarmee de basis voor gesprekken tussen docenten, schoolleiders, beleidsmakers en andere betrokkenen bij het onderwijs. Het peilingsonderzoek leesvaardigheid vo 2027/2028 wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoekers van het Expertisecentrum Nederlands, Cito BV en CitoLab.